Categoriearchief: Publieke evenementen

In de voetsporen van Cajanus

“In de voetsporen van Cajanus” heet het evenement in het Oliehuis dat op zondag 22 januari van 12.00 tot 15.00 uur plaatsvindt. Met Michael Poels die in maart in de opera Cajanus speelt en zingt.

Op zaterdag 21 januari  om 13.00 uur zal de stadstroubadour Feddie Kuiper bij de Cajanuspilaar het Cajanuslied zingen en wel in de aanwezigheid van twee hele lange mannen: Brahim (2 meter 47) uit Marokko en Abdramane (2 meter 37) uit Ivoorkust.

Het verhaal van Cajanus vindt u hier

In maart zal in de Grote of Sint Bavokerk de opera “Cajanus een gigantische opera” worden uitgevoerd. Meer info hierover bij onze evenementen.

Print dit artikel Print dit artikel

Elfde-eeuwse Haarlemmer onder oude Bavo ontdekt

De in februari bij archeologische opgravingen in de Grote of St.-Bavokerk gevonden botten blijken uit de elfde eeuw te stammen. Daarmee zijn het de oudste menselijke resten die tot nu toe in Haarlem zijn gevonden.

Met deze samenvatting begint Richard Stekelenburg een artikel in het Haarlems Dagblad waarin hij praat met stadsarcheoloog Anja van Zalinge en Sem Peters.

Klik hier voor het hele artikel.

Print dit artikel Print dit artikel

Archeologische vondsten in februari 2016

Archeologisch onderzoek

Door Anja van Zalinge – Stadsarcheoloog.
Maart 2016.

Anja van ZalingeDe puzzeltocht naar de contouren van de voorgangers van de Grote- of St. Bavokerk is in de eerste week van februari verder gegaan. Het onderzoek werd voor de derde keer uitgevoerd, en ook nu weer in vijf dagen. Elke keer een paar dagen, dat doen we vooral om het huidige gebruik van de kerk zo min mogelijk te verstoren.  Maar ook omdat het onderzoek net als een puzzel is, waarbij we steeds een stukje vinden, het grondig onderzoeken en erover nadenken om daarna weer een puzzelstukje te zoeken en  te leggen.

Afgelopen twee jaar vonden we de muren van een tufstenen en bakstenen kerk, voorloper(s) van de huidige kerk. Daarvan zijn de muren aan de zuidkant (2014) en de oostkant en deels de westkant (2015) gevonden. Dit jaar (2016) is de noordmuur onderzocht en hebben we gekeken of er nog een oude ingang van de toenmalige kerk  aanwezig is. Ook is geprobeerd om de oude restanten die we afgelopen zomer in een kelder onder de zeventiende eeuwse predikantenkamer onderzochten, op te zoeken buiten de kelder, in de kerk zelf.

De noordmuur hebben we goed kunnen blootleggen en bestuderen. Op de plek waar een ingang zou moeten zitten op basis van de afmetingen van kerken uit die tijd, was de muur inderdaad onderbroken. De groffe en rafelige toestand van de muur en het ontbreken van een mooie gladde afwerking, die je bij een ingang eigenlijk zou verwachten, doet ons nog wel een beetje twijfelen. Wat betekent dit? Het puzzelstukje is nog niet helemaal gelegd.

Aanzicht muren bij predikantenkamer
Aanzicht muren bij predikantenkamer

Datzelfde geldt voor de muur bij de predikantenkamer. De dertiende eeuwse kloostermoppen konden van deze kant helaas niet worden bekeken omdat we al snel last kregen van opwellend grondwater en omdat er restanten van een begraving op die plek lagen. Om hier goed te kunnen onderzoeken moet je eigenlijk grootser uitpakken en een groter oppervlakte openleggen, liefst met pompen.

 

 

De ingang in de muur
De ingang in de muur

Het onderzoek levert vooral muurwerk op en nauwelijks voorwerpen. Dat komt omdat de meeste grond, tot zo’n dikke twee meter onder de zerken, behoorlijk verstoord en verrommeld is door allerlei  graafwerkzaamheden in voorgaande eeuwen. En daarna zijn bijna alle begravingen verdwenen, daarvan vinden we alleen nog wat los botmateriaal.

Voor het eerst hadden we de tijd om de losse grond die onder de zerken werd uitgegraven op een zeef te verwerken. Op de zeef blijven alle aanwezige vondsten liggen. Vooral de allerkleinste, die je met de schep niet kunt zien, worden daardoor toch gevonden. Ook de vondsten die te klein zijn om met de metaaldetector  op te sporen blijven op de zeef achter.

Zeven van het opgespitte zand
Zeven van het opgespitte zand

Hierdoor zijn er dit jaar meer voorwerpen gevonden dan tijdens voorgaande onderzoeken, ook uit de diepste, oudste lagen. Er zijn veel kleine stukjes aardewerk, zeer nuttig voor het dateren van de bodem en de muurwerken. Maar ook veel oude knikkers, fragmenten van sieraden, spelden van de lijkwades, knoopjes en haakjes van kleding en munten kwamen tevoorschijn.

Enkele bijzondere vondsten zijn onder meer een stukje textiel met gouddraad, een muntgewichtje van de Antwerpse gouden munt de Nobel en een zeldzaam dertiende-eeuws muntje. De oudste vondst is een vuurstenen pijlpuntje uit de Steentijd. Die moet uit het strandwalzand, waar de kerk op is gebouwd, zijn gekomen. In de tijd ver voor Haarlemmers hier ter kerke gingen liepen er al jagers/verzamelaars op de plek die we nu Grote Markt noemen.

Drie voorbeelden van vondsten die gedaan zijn:

Vuurstenen pijlpunt

In de prehistorie bestond het gebied dat nu Haarlem heet uit hoge en droge strandwallen waarop uitgestrekte bossen groeiden. Tussen de strandwallen lagen grote veenmoerassen. De eerste mensen kwamen in de late steentijd (3600 – 2000 v. Chr.)uit het de omgeving van het Gooi en de Utrechtse Heuvelrug naar de kust. Zij waren jagers en verzamelaars. Ze woonden in hutjes en trokken van plek naar plek. Die hutjes bouwden ze op de hoge strandwallen, daar konden ze  droog wonen en uitstekend  jagen en vissen. In Haarlem vinden we vooral bewijzen van hun aanwezigheid door de (vuur)stenen gebruiksvoorwerpen die we  aantreffen in het strandwalzand.  De in Haarlem gevonden vuurstenen pijlpuntjes zijn op een hand te tellen.  Daarom is de vondst van dit pijlpuntje zeker bijzonder te noemen.

Gouddraad/brokaat

Textiel vinden we nauwelijks bij begravingen tot nu toe. Dat komt omdat mensen lange tijd alleen in lijkwades werden gegraven en diezijn in het zand van de bodem vergaan. Maar ook daarna, als men in de eigen kleding wordt begraven, vinden we weinig daarvan terug. In de Bavo zijn de meeste begravingen verdwenen, dus de kans op restanten van kleding is nihil. Toch hebben we twee fragmenten textiel  gevonden. Een daarvan is een stukje brokaat. Brokaat is een zijdeweefsel met ingeweven figuren, meestal met goud-of zilverdraad. Het gouddraad is bij dit fragment nog goed zichtbaar. Het is zeker van een ‘rijke stinkerd’ geweest, want dit is een duur soort textiel.

Muntgewichtje

Laat 16e eeuw

Lange tijd waren er bij de handel in Haarlem vele, verschillende valuta in omloop. Hierdoor was de geldwisselaar een bekend verschijnsel in het stadsbeeld. Bij hem kon men allerlei soorten valuta wisselen. De geldwisselaar gebruikte muntgewichtjes om te bepalen van welke valuta een munt was en het waard was.

Het gewichtje dat in de Bavo is gevonden is van een Antwerpse munteenheid, de nobel. Dat is een gouden munt met daarop een schip afgebeeld. Op het gewichtje staat aan de ene kant het schip en aan de andere kant het Antwerpse handje. Het gewichtje is net als de munt 6,7 gram.

Print dit artikel Print dit artikel

Nieuw Bavodeel over het grafmonument van Brunings en Conrad

Tijdens de derde Adventszaterdag op 12 december 2015 vindt in de viering, voor het grafmonument van Brunings en Conrad om 15:00 uur de presentatie plaats van het 13e deel in de Bavoreeks: Het grafmonument van Christiaan Brunings en Frederik Willem Conrad in de Grote of St.-Bavokerk te Haarlem.

Bavo omslag _13Het Bavodeel is geschreven door Willem R. de Jong, voorzitter van het college van kerkrentmeesters van de Protestantse gemeente Haarlem-centrum.

De publicatie volgt op de restauratie van het grafmonument dat vorig jaar werd afgerond.

Tijdens de feestelijke bijeenkomst op 22 augustus 2014 in de Grote Kerk ter afsluiting van de restauratie gaf Willem de Jong in een toespraak een inkijkje in zijn speurwerk naar de geschiedenis van het grafmonument. Het verslag daarover dat nu uitkomt als deel 13 van de Bavoreeks is opmerkelijk, met onverwachte spelers, die soms schuil gaan achter een pseudoniem.

Het Bavodeel is voor leden op vertoon van hun lidmaatschapskaart gratis op te halen bij de Vriendentafel in de kerk. Het is ook in de winkel van de kerk te koop.

Print dit artikel Print dit artikel

Archeologisch onderzoek – een aantal zerken gelicht

Op maandag 26 januari is een vervolg gegeven aan het archeologisch onderzoek dat vorig jaar in de Grote Kerk plaatsvond.

Een aantal zerken werd gelicht, zodat in de daarop volgende dagen nader onderzoek kan plaatsvinden.

Stadsarcheoloog Anja van Zalinge in gesprek met een journalist van RTV Noord-Holland
Stadsarcheoloog Anja van Zalinge in gesprek met een journalist van RTV Noord-Holland
IMG_3490
Een zerk wordt gelicht – 1
IMG_3494
Een zerk wordt gelicht – 2
Bovenaanzicht
Bovenaanzicht

 

Print dit artikel Print dit artikel

Stadsarcheoloog Anja van Zalinge bericht over het archeologisch onderzoek

Archeologisch proefsleuven onderzoek in de Grote of St.-Bavokerk

De oudste archeologische vondst in Haarlem die is geregistreerd stamt uit de 19e eeuw. In totaal zijn er drie van die meldingen uit de 19e eeuw. Een van die meldingen is de vondst van een tufstenen muur in de Grote of St.-Bavokerk. Bij het aanleggen van de grafkelder en het monument voor Brunings en Conrad trof men een tufstenen muur aan. Die muur zou van een voorganger van de kerk zijn.

Doordat het grafmonument op initiatief van de Vrienden van de Grote Kerk is gedemonteerd ter restauratie was er zand zichtbaar. Dus als je fundamenten zou willen onderzoeken, dan is dit het moment: je kunt er gemakkelijker bij! Omdat er archeologisch niets bekend is van de Bavo en alle bestaande gegevens in die richting gebaseerd zijn op archiefonderzoek, is het een mooie kans om op zoek te gaan naar archeologische resten. Aldus besloten de kerkrentmeesters, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de gemeente Haarlem tot toestemming voor een archeologisch proefsleuvenonderzoek door Bureau Archeologie Haarlem.

Onder het grafmonument, direct naast de grafkelder van Brunings en Conrad, vonden we inderdaad een stuk tufstenen muur. Om de muur verder te kunnen bestuderen –hoe breed is hij, hoe lang en wat is de vorm van de toenmalige kerk?- zijn op verschillende strategische punten enkele grafzerken verwijderd. Gelukkig zijn de graven geruimd in voorgaande eeuwen, zodat we geen individuen hebben hoeven storen op hun laatste rustplaats. Slechts enkele knekels zijn hier en daar achtergebleven.

Met hulp en tomeloze inzet van amateurarcheologen, Vrienden van de Grote Kerk en leden van de wijkgemeente die onder andere emmers zand af en aan sjouwden, zijn in totaal op vijf plaatsen muurresten blootgelegd. Op exacte resultaten van het onderzoek moeten we nog even wachten, we gaan we nu hard aan de slag met uitwerken en analyseren van de vondsten en muurwerken. Maar in het kort kunnen we -zij het voorzichtig- zeggen dat we restanten van twee voorgangers van de huidige kerk hebben blootgelegd. Een tufstenen kerk uit de 11e-12e eeuw en een uit kloostermoppen opgebouwde kerk uit de 13-14e eeuw. Hoe de plattegrond van die kerken eruit zag is nu een klein beetje bekend en lijkt anders te zijn dan de reconstructies die we tot nu toe hadden. Mogelijk gaan we volgend jaar nog gerichter zoeken om de gehele plattegrond van deze kerken met zekerheid vast te kunnen stellen. Want we hebben een aardig wat vragen beantwoord, maar ook weer een hoop vragen en raadsels erbij gekregen!

Bij het ontgraven van de muurwerken zijn niet heel veel vondsten gedaan omdat de grond onder de zerken tot op grote diepte flink verstoord was in de afgelopen eeuwen. Toch kwamen er naast veel puin, nagels en achtergebleven knekels verschillende stukken aardwerk en munten aan het licht. Maar bijvoorbeeld ook vloertegels van de oorspronkelijke kerkvloer. De meeste vondsten passen mooi bij de datering van het muurwerk. Bijvoorbeeld 12-14e eeuws aardwerk, dat we nog niet heel erg veel gevonden hebben in Haarlem. Dat geldt ook voor de muntjes uit die tijd. Twee muntjes die bij een muurwerk zijn gevonden lijken zelfs heel vroeg te dateren, rond 800 A.D. Een tijd waarin Haarlem volgens de geschiedschrijving nog nauwelijks zou hebben bestaan.

Kortom, een bijzonder onderzoek. Niet alleen bijzonder voor de kennis van de geschiedenis van onze stad, maar ook bijzonder om in een kerk onderzoek te doen. En voor mijzelf bijzonder om in zo een sacrale en vertrouwde omgeving onderzoek te doen. En wat is er mooier dan orgelspel tijdens het werk?
We gaan de rest van het jaar hard aan de slag om alle vondsten en gegevens uit te werken en wie weet zullen volgend jaar nog aanvullend onderzoek verrichten!

Anja van Zalinge,
Ouderling-Kerkrentmeester en Stadsarcheoloog Haarlem.

Print dit artikel Print dit artikel